Weblog: Ruben Nollet

Cannes 2012 begint met ijzige zon

16 / 05 / 2012

Is er een betere (en meer Belgische) manier om de verslaggeving over het 65ste filmfestival van Cannes te beginnen dan met een uitleg over welk weer het is aan de Azurenkust? Vooral omdat het weerbericht in één ruk een goeie afspiegeling is van wat zich al in de bioscoop heeft afgespeeld?

Wie al eens een vakantie doorgebracht heeft aan de Côte d’Azur zal het fenomeen wel herkennen. Zolang het dag is, geniet je met volle teugen van de weelderig warme zon. Maar zodra die achter de horizon verdwenen is, merk je dat ze al die tijd een kille mistral verborgen heeft die nu vrij spel krijgt en de stad in een mum van tijd verkleumt. En zo zag het filmprogramma van de dag er ook uit, een fel contrast tussen weldoende humor en verkillende ernst.

Droge romantiek

Het eerste werd opgediend door de openingsfilm van het festival en meteen ook de eerste van de 22 titels die dit jaar naar de Gouden Palm dingen. Nu hadden we van Wes Anderson niets anders verwacht dan een vrolijke boel. Dit is tenslotte de man die ons eerder al onder meer ‘Rushmore’, ‘The Royal Tenenbaums’, ‘The Darjeeling Limited’ en ‘The Fantastic Mr. Fox’ schonk, stuk voor stuk films die blijk geven van een volstrekt unieke kijk op de wereld.

Bill Murray, Frances McDormand, Edward Norton en Bruce Willis in Wes Andersons openingsfilm 'Moonrise Kingdom'

Andersons mix van gestileerd surrealisme en afgemeten nostalgie werkt niet altijd even goed maar in ‘Moonrise Kingdom’ vindt hij wel weer de juiste mix. Alles speelt zich af op een eiland voor de kust van New England anno 1965, waar twee prille tieners ontsnappen uit hun verstikkende omgeving (voor Sam een scoutskamp, voor Suzy een weinig liefhebbende thuis) om samen een avontuur te beleven. Andersons patente droge humor kietelt zoals het moet, ook al omdat hij er deze keer overtuigende emoties aan vastknoopt. Misschien met dank aan zijn medeschrijver Roman Coppola (zoon van).

Plan B

Veel minder lol viel te beleven aan ‘iLL Manors’, het regiedebuut van Ben Drew dat hier op de Marché vertoond wordt. Drew is een Brit die in 2006 onder de naam Plan B furore maakte met zijn baanbrekende hiphopalbum ‘Who Needs Action When You’ve Got Words’. De opvolger, het meer soulvolle ‘The Defamation of Strickland Banks’, toonde hoe wijd de artiest zijn vleugels kan spreiden en nu voegt hij daar ook nog een film aan toe. ‘iLL Manors’ is in grote lijnen een verlengstuk van de song en videoclip die hij in maart dit jaar de wereld in stuurde, een felle protestsong tegen de achtergrond van de Londense rellen. In de clip zie je trouwens een aantal acteurs die in de film de hoofdrollen voor hun rekening nemen.

Weinig verkwikkende toestanden in het Britse sociale drama 'iLL Manors'

‘iLL Manors’ schetst aan de hand van zes rapsongs en evenveel door elkaar lopende verhaallijnen het leven van vier personages uit de Noord-Londense probleemwijk Forest Gate. Ben Drew, die zelf trouwens ook opgegroeid is in die buurt, spaart in elk geval de kijker niet. Drugs, prostitutie, straatgeweld, mishandeling, incest, overdosissen, kinderhandel, gangsterbendes, hij propt alles in één film waar de Dardennes 20 verhalen mee zouden vullen. Ongetwijfeld zouden die ook harder toeslaan dan ‘iLL Manors’, die finaal bezwijkt aan overkill, maar je moet Drew krediet geven voor zijn oprechte bezorgdheid.

Hulde aan de (eeuwige) jeugd

19 / 02 / 2012

Krasse knarren en prille kuikens, dat zijn de opvallendste winnaars van de 62ste Berlinale geworden.

De acteerprijzen gingen allebei naar aanstormend talent dat voor het eerst op een bioscoopscherm te zien was. Rachel Mwanza, de 14-jarige Congolese hoofdactrice uit ‘Rebelle’, had enkel een workshop van een paar maanden met de Belgische regisseur Marc-Henri Wajnberg achter de rug. Haar Deense collega Mikkel Boe Følsgaard is nauwelijks vier jaar ouder en zit nog in zijn laatste jaar aan de Deense Nationale Theaterschool. Hij was al te zien in een aflevering van de misdaadserie ‘Those Who Kill’ maar een groots opgezet kostuumdrama als ‘A Royal Affair’ is nog een ander paar mouwen. Wat hij daar presteert, doet vermoeden dat we nog heel veel van hem zullen horen. Denemarken telt ongeveer evenveel inwoners als Vlaanderen en als je dan ziet hoeveel tv-reeksen en bioscoopfilms er gedraaid worden, begrijp je dat acteertalent zoals Følsgaard er niet om werk verlegen zit.

De rest van het palmares eerde in grote lijnen de films die verwacht werden. Je kan opwerpen dat Hans-Christian Schmids familiedrama ‘Was bleibt’ een betere Duitse film was dan het ietwat meer opzichtige ‘Barbara’ maar de prijs voor beste regie heeft regisseur Christian Petzold niet gestolen. Net zoals de bevreemdende Portugese tragikomedie ‘Tabu’ absoluut geen onterechte winnaar is van de Alfred Bauer-prijs voor een innoverend werk. Enkel de Grote Prijs voor ‘Just the Wind’ lijkt een beetje bizar, niet omdat het Hongaarse zigeunerdrama de bal mis slaat maar omdat hij duidelijk in het vaarwater van andere films peddelt.

De ultieme zege ging uiteindelijk naar ‘Cesare deve morire’ en twee cineasten in de late herfst (om niet te zeggen winter) van hun carrière. Het is niet de eerste keer dat Paolo en Vittorio Taviani op een groot filmfestival in de prijzen vallen. In 1977 leverde ‘Padre Padrone’ in Cannes al een Gouden Palm op, terwijl ze er in 1982 voor ‘La notte di San Lorenzo’ de Grote Prijs van de Jury (de zilveren medaille zeg maar) kregen. In Venetië mochten ze vier jaar later een Gouden Leeuw voor hun hele carrière in ontvangst nemen.

Voor Italië was het dan weer de eerste Gouden Beer in meer dan 20 jaar (en ‘La casa del sorriso’ van Marco Ferreri). De gebroeders Taviani droegen de onderscheiding gracieus op aan iedereen die met hen had samengewerkt, en dan met name de gedetineerden van de gevangenis van Rebibbia en hun begeleider, theaterregisseur Fabio Cavalli. “We hopen dat onze film mensen kan doen beseffen dat een gedetineerde een mens blijft, ook al heeft hij een verschrikkelijke misdaad begaan,” klonk het. “En dat dankzij de sublieme woorden van Shakespeare.” Of hoe echte artiesten eeuwig jong blijven.

Slotakkoord van een goed concert

18 / 02 / 2012

Iedereen lijkt het erover eens: de 62ste Berlinale was van een goed gehalte. Tegelijk waren er geen films die opvallend boven alle andere uit staken, wat het werk van Mike Leigh en zijn collega juryleden er niet makkelijker op zal maken.

Als u het mij vraagt, zouden de kaarten wel eens als volgt kunnen vallen. En als het anders uitdraait, zou dit alvast een representatief palmares zijn.

Alfred Bauer prijs voor innoverend werk: ‘Meteora’ van Spiros Stathopoulos (Griekenland)

Een liefdesverhaal tussen een non en een monnik in een uitgedroogd en rotsachtig Grieks landschap, afgewisseld met stukjes animatie. Het is gedurfd wat Stathopoulos doet maar het is ook bijzonder romantisch en origineel. Laat het de cinema in een geplaagd land een hart onder de riem steken.

'Meteora'

Beste artistieke bijdrage (camera, montage, muziek, kostuum of design): ‘A Royal Affair’ (Denemarken)

De grote troef van dit kostuumdrama over de machtsstrijd en een verboden liefde aan het hof van de bizarre Deense koning Christian VII einde 18de eeuw is dat regisseur Nikolaj Arcel en zijn medewerkers de indrukwekkende inkleding nooit in de weg laten lopen van de personages. Dat verdient een prijs.

'A Royal Affair'

Beste scenario: ‘Was bleibt’ van Hans-Christian Schmid (Duitsland)

Het palmares van de Berlinale bevat traditioneel ook een Duitse winnaar en aangezien er dit jaar twee goeie Duitse films in competitie zaten (de andere is ‘Barbara’) zou het jammer zijn om met die traditie te breken. Dit subtiele familiedrama zou even goed onderscheiden mogen worden wegens de volledige cast maar een prijs voor het fijnzinnige script staat ook niet mis.

'Was bleibt'

Beste acteur: Kacey Mottet Klein in ‘L’enfant d’en haut’ (Zwitserland)

Op zijn 13de is Kacey Mottet Klein goed op weg om een gevestigde naam te worden. Hij liet zich eerder al opmerken als de jonge Serge Gainsbourg in ‘Gainsbourg: vie héroïque’ en in ‘Home’ van Ursula Meier. Geen wonder dat die laatste hem de hoofdrol gaf in ‘L’enfant d’en haut’. Klein trekt het verhaal over een jongen die zichzelf en zijn oudere zus onderhoudt door in een skioord wintersportmateriaal te stelen prompt helemaal naar zich toe.

Kacey Mottet Klein (links) in 'L'enfant d'en haut'

Beste actrice: Rachel Mwanza in ‘Rebelle’ (Canada)

Controverse op de laatste dag van de Berlinale: in tegenstelling tot wat Kim Nguyen, de Canadese regisseur van ‘Rebelle’, beweert, heeft hij zijn jonge Congolese hoofdactrice Rachel Mwanza helemaal niet in Kinshasa van de straat geplukt. Het meisje maakte immers al sinds november 2010 deel uit van een acteerworkshop die de Belgische regisseur Marc-Henri Wajnberg georganiseerd had voor zijn nieuwe film ‘Le Diable n’existe pas’. Soit, feit is dat Mwanza in ‘Rebelle’ een verbluffende vertolking neerzet als een meisje dat uit haar geboortedorp ontvoerd wordt om in een burgeroorlog mee te vechten.

Rachel Mwanza (rechts) in 'Rebelle'

Beste regie: Brillante Mendoza voor ‘Captive’ (Filippijnen)

‘Captive’, het verhaal van een groep toeristen die in de Filippijnen door moslimrebellen gekidnapt wordt en maandenlang door de jungle trekt, is meer een ervaring dan een traditionele film. Maar het is wel een ervaring die je bij blijft, dankzij de fysieke regie van Brillante Mendoza.

'Captive'

Grote prijs van de jury: ‘Cesare deve morire’ van de Paolo & Vittorio Taviani (Italië)

Als de volksmond beweert dat je nooit te oud bent om te leren, dan bewijzen de Italiaanse broers Vittorio (82) en Paolo (79) Taviani dat je ook nooit te oud bent om energieke en verfrissende cinema te produceren. Hun film over gedetineerden die in de gevangenis een productie van Shakespeares ‘Julius Caesar’ op poten zetten, is tegelijk emotioneel en politiek relevant.

'Cesare deve morire'

Gouden Beer: ‘White Deer Plain’ van Wang Quan’an (China)

Volgens mij geeft de jury dit jaar de gouden beer aan een film die op de klassieke leest geschoeid is, waarmee ik hoegenaamd niet wil zeggen dat dit Chinese epos één moment oubollig overkomt of muf ruikt. Wang Quan’an trekt je op een bijzonder elegante en dwingende manier zijn verhaal binnen en houdt je probleemloos meer dan drie uur bezig. ‘Gone With the Wind’ uit het verre Oosten.

'White Deer Plain'

Kinderleed uit Hongarije, Duitsland en Afrika

17 / 02 / 2012

Hongaarse racisten die zich afreageren op zigeunerkinderen, een Duitse jongen die zich laat leiden door het verkeerde voorbeeld van zijn ouders en een Afrikaans tienermeisje dat meegesleurd wordt in een burgeroorlog. Dat is het stevige beleg dat de Berlinale zijn publiek tijdens de laatste dagen van de officiële competitie nog op de boterham schoof. Op Billy Bob Thorntons familiale cultuurclash ‘Jayne Mansfield’s Car’ en de poëtische Portugese UFO ‘Tabu’ na hebben we de voorbije twee weken sowieso zwaar dramatische kost op het bord gekregen, dus waarom zou het slot plots anders moeten smaken?

Uit Hongarije bereikt ons ‘Just the Wind’, een verhaal dat zich laat inspireren door de golf van racistische moorden die het land (en dan met name de zigeunerbevolking) de laatste jaren treft. Telkens worden hele families in hun slaap aangevallen en genadeloos afgemaakt. Een aantal van de daders is intussen al voor de rechter gekomen maar de reden waarom ze zogenaamde ‘hardwerkende Roma’ (in tegenstelling tot ‘luie en onaangepaste zigeuners’) als doelwit kozen, blijft onduidelijk.

'Just the Wind': als zigeuner leven met vervolging

Regisseur Bence Fliegauf toont hoe zo’n gezin zigeuners reageert op het nieuws dat mensen die ze kennen met jachtgeweren om het leven zijn gebracht. Fliegauf zit zijn personages dicht op de huid in de trant van Gus Van Sants trilogie ‘Gerry’, ‘Last Days’ en ‘Elephant’, zonder evenwel het niveau van die laatste te halen. Daarvoor is ‘Just the Wind’ te afstandelijk en repetitief. Wat Fliegauf wel voor elkaar krijgt, is dat hij het clichébeeld van de Roma-gemeenschap doorprikt zonder in zwart/wit-ideeën te vervallen.

‘Gnade’ is (coproducties buiten beschouwing gelaten) de derde Duitse film die mag meedingen naar de Gouden Beer en hij is veruit de zwakste van het trio. Regisseur Matthias Glasner probeert grote thema’s als zonde en vergiffenis aan te pakken in een dramatisch verhaal over gewone mensen maar blijft steken bij overtrokken en zwaarwichtige metaforen en geforceerde dialogen.

'Gnade': op zoek naar vergiffenis

Het gaat over een gezin (man, vrouw, zoon) die voor het werk van de vader naar de meest noordelijk gelegen stad van Noorwegen verhuizen. Tussen papa Niels en mama Maria lijkt alle liefde bekoeld en het duurt niet lang voor Niels er een minnares opscharrelt. Maar wanneer Maria na een dubbele shift in het ziekenhuis waar ze werkt naar huis terugrijdt en een ongeval veroorzaakt, heeft dat verrassende gevolgen voor het gezin. ‘Gnade’ ziet er fraai uit maar je gelooft er geen snars van.

Aan geloofwaardigheid schort het dan weer niet in ‘Rebelle’, een Canadese film die zich afspeelt in een Afrikaans land. Regisseur Kim Nguyen specificeert niet om welk land het gaat maar aangezien er op een bepaald moment een poster met het gezicht van Patrice Lumumba in beeld verschijnt, weet je dat we ons in Kongo bevinden. Soit, wat telt is dat er al lang een burgeroorlog woedt en dat het hoofdpersonage, een meisje van 12 dat Komona heet, door de rebellen meegenomen wordt om hun rangen te versterken. Ze zal echter een bijzondere faam krijgen wanneer ze na het nemen van hallucinogenen inzicht blijkt te hebben in de plannen van de vijand. Komona wordt prompt tot Oorlogsheks gebombardeerd en krijgt een plaats aan de zijde van rebellenleider Grote Tijger.

'Rebelle': over leven als kindsoldaat

Nguyen verbergt de oorlogsellende zeker niet, al houdt hij het meeste geweld (Komona die haar eigen ouders moeten neerschieten bijvoorbeeld) netjes buiten beeld. Maar het valt op dat het niet de miserie is die overheerst. Wat telt, is de hardnekkigheid waarmee het jonge meisje overeind blijft. Nu en dan mag er zelfs gelachen worden, wat je ook niet verwacht van een film over kindsoldaten.

Liefde in tijden van revolutie

16 / 02 / 2012

Stapt de Chinese regisseur Wang Quan’an volgende zaterdag op het hoogste schavot? Mag hij voor de tweede keer in vijf jaar de Gouden Beer omhoog steken? De kans is zeker niet denkbeeldig want met ‘White Deer Plain’ heeft hij voor één van de hoogtepunten van deze Berlinale gezorgd, een meeslepend historisch epos over een gemeenschap van graanboeren in de vroege 20ste eeuw.

Het leven is er niet bepaald comfortabel, ook al omdat de mensen een deel van hun oogst als belasting moeten afstaan aan de machthebber van het moment. Aan het begin van de film is dat nog de keizer van China maar in de loop van de pakweg vier decennia die de film bestrijkt, zal dat veranderen naar een andere keizer, de communisten en de troepen van Chang Kai-chek, om te eindigen bij een bombardement door de Japanse bezetter.

'White Deer Plain': knap historisch epos

Tegen de voortdurend wisselende politieke achtergrond en de eeuwig constante cyclus van zaai- en oogstseizoenen plaatst ‘White Deer Plain’ een verhaal over de clash tussen traditie en menselijkheid (zowel haar goeie als haar kwade kanten). Het begint en eindigt bij het clanhoofd, dat waakt over de morele waarden van zijn gemeenschap, maar de film maakt ook duidelijk dat de mens nu eenmaal te wispelturig en zwak is om die waarden te volgen. Voor zoverre de morele regels op zich al niet te strikt zijn.

‘White Deer Plain’ toont dat Wang Quan’an, die in 2007 de Berlinale won met het schattige romantische drama ‘Tuya’s Marriage’, ook op een groter canvas uit de voeten kan. Veel grotere canvassen dat dit zal je trouwens niet vinden want de film duurt meer dan drie uur, wat helaas ook zal betekenen dat hij waarschijnlijk nooit in de reguliere bioscopen te zien zal zijn.

Als ‘White Deer Plain’ de relaties beschrijft tussen gewone mensen die de speelbal zijn van politieke en historische omwentelingen, dan vertelt de Deense competitiefilm ‘A Royal Affair’ een gelijkaardig verhaal vanuit het tegenovergestelde perspectief. In de late 18de eeuw was Denemarken nog een aartsconservatief bolwerk met koning Christian VII aan het hoofd. Die redelijk geflipte figuur werd in werkelijkheid gemanipuleerd door een collectief van Raadsleden met middeleeuws gedachtegoed, en die deden er alles aan om de opkomende Verlichting een halt toe te roepen.

'A Royal Affair': liefde en verraad in het laat 18de-eeuwse Denemarken

Toen het tijd werd om voor Christian VII een bruid te zoeken, vonden ze die in Engeland. De jonge prinses Caroline Mathilda werd naar Kopenhagen gebracht, waar ze al snel het mikpunt werd van Christians jaloerse vernederingen. De situatie sloeg echter om toen de Duitse dokter Johann Struensee zijn intrede maakte, een charismatische man die niet alleen Christian VII voor zich wist te winnen maar ook een overtuigde aanhanger van de Verlichting was. En wat erger is: het kwam tot een affaire tussen Struensee en de jonge koningin.

‘A Royal Affair’ is een klassiek kostuumdrama in de stijl van ‘Amadeus’ en ‘Dangerous Liaisons’. Regisseur Nikolaj Arcel heeft vooral de verdienste dat hij het gevoel opwekt dat het verhaal ondanks de setting en de inkleding toch over gewone mensen gaat. De sterke vertolkingen van Mads Mikkelsen (als Struensee) en de debuterende Mikkel Boe Følsgaard (als koning Christian VII) zetten de toon.

Soderbergh zorgt voor actie

15 / 02 / 2012

Van de films die dit jaar op de Berlinale worden voorgesteld, zullen niet zoveel ook de internationale bioscopen halen. Het maakt eerlijk gezegd deel uit van de charme van een festival, dat je iets ervaart wat tot op zekere hoogte eenmalig is. Tegelijk onderstreept het de ongemakkelijke verhouding tussen evenementen zoals de Berlinale, die zich een bepaalde standing willen aanmeten, en de grote commerciële cinema, die de festivals liever mijdt uit vrees om uitgejouwd en afgemaakt te worden.

Vandaar dat sommige genres hier door de band weinig aan bod komen, met komedie, horror en actie als voor de hand liggende voorbeelden. En als ze al een plaats krijgen in het officiële programma is het buiten competitie. Dat geldt dit jaar voor ‘Haywire’, de nieuwe film van Steven Soderbergh. Als maker van onder meer ‘sex, lies and videotape’ (Gouden Palm in Cannes), ‘Traffic’, ‘Che’ en ‘Erin Brockovich’ heeft hij zeker al genoeg kritisch krediet verzameld.

‘Haywire’ hoort echter thuis in de andere helft van zijn carrière, in de lade waar onder meer ‘Ocean’s Eleven’, ‘Out of Sight’, ‘Contagion’ en de andere films liggen die in de eerste plaats bedoeld zijn om het publiek te entertainen. De hoofdrol wordt bijvoorbeeld vertolkt door een zekere Gina Carano, een Texaanse die nog nooit in een film te zien is geweest maar in de States wel bekendheid geniet als het gezicht van de vrouwelijke Mixed Martial Arts. Een professionele vechter dus.

'Haywire': de fysieke talenten van Gina Carano

Het zijn ook haar fysieke talenten die de bovenhand nemen in ‘Haywire’, een snedige, gestroomlijnde en bijzonder onderhoudende actiethriller. Ze speelt een ex-paracommando die tegenwoordig haar brood verdient met missies in de privésector. Een opdracht in Barcelona krijgt echter een onverwacht staartje en voor ze goed en wel beseft wat er aan de hand is, is ze op de vlucht voor zowel de politie als de schurken. Om uit te maken of Carano ook een goeie actrice is, zal een andere film nodig zijn dan ‘Haywire’ maar Soderbergh lijkt alvast volledig in haar te geloven.

Soderbergh dook gisteren trouwens ook nog op in een andere film. In de documentaire ‘Side by Side’ laat regisseur Chris Kenneally zijn goeie vriend Keanu Reeves samenzitten met een hele rist cineasten, cameramensen, monteurs, special effects-lui en producenten om een boom op te zetten over de evolutie van digitale filmtechnologieën. De hamvraag luidt of digitale camera’s ooit de doodsteek zullen geven aan klassieke film. Sommige geïnterviewden (James Cameron en George Lucas bijvoorbeeld) zijn er heilig van overtuigd dat die dag niet veraf is, anderen (zoals Christopher Nolan en Martin Scorsese) zijn niet van plan om de klassieke technieken zomaar op te geven.

'Side By Side': Keanu Reeves als interviewer

Maar allemaal zijn ze het erover eens dat de digitale technologie de laatste tien jaar gigantische stappen in de goeie richting heeft gezet. Of zoals Soderbergh het formuleerde toen hij het over de baanbrekende digitale RED-camera had: “Dat toestel gaf me het gevoel dat ik de klassieke cinema moest opbellen en zeggen ‘Schat, ik heb iemand leren kennen.’”

Familieverhalen – the sequel

14 / 02 / 2012

Ik weet niet of de festivalprogrammatoren het met opzet hebben gedaan maar de competitie breide vanmorgen nog een vervolg aan het thema dat gisteren de rode draad vormde. Net zoals Billy Bob Thorntons ‘Jayne Mansfield’s Car’ heeft de Duitse film ‘Was bleibt’ het over een familiereünie waar onderhuidse spanningen naar boven komen. In dit geval is de aanleiding voor de samenkomst een stuk banaler dan de beladen begrafenis uit Thorntons tragikomedie.

Vader Günter en moeder Gitte hebben hun beide zonen Marko en Jakob en respectieve partners (en kind) uitgenodigd voor een etentje in het ouderlijk huis. Dat Marko’s vriendin er niet bij kan zijn, is een tegenvaller maar de aanwezigheid van zijn jonge zoontje Zowie maakt veel goed. Het etentje is bedoeld om te vieren dat Günter het bestuur van zijn uitgeverij uit handen geeft en eindelijk met pensioen gaat. Hij wil bovendien een van zijn oude dromen waarmaken en een boek schrijven.

De ogenschijnlijk peisvolle familie uit 'Was bleibt'

Gitte heeft echter een eigen verrassing in petto. Ze meldt met trots dat ze zonder het iemand te vertellen twee maanden geleden de medicijnen opgegeven heeft die al vele jaren haar bipolaire stoornis onder controle houden. Gitte heeft gezien dat haar beide zonen stevige fundamenten hebben gelegd in hun leven en dat heeft haar de moed gegeven om de stap te wagen. Wat ze helaas niet weet, is dat Jakobs tandartsenpraktijk op de rand van het faillissement staat en dat Marko al een half jaar gescheiden leeft van Zowies moeder. En nu durft niemand Gitte nog iets vertellen uit angst haar terug in een depressie te doen verzinken.

‘Was bleibt’ had makkelijk een tranerig en loodzwaar drama kunnen worden maar regisseur Hans-Christian Schmid (bekend van het exorcismedrama ‘Requiem’) vindt precies het juiste evenwicht tussen confronterende gesprekken en sprekende details. De stiltes zeggen evenveel als de dialogen en dat verleent de film een naturel die dit soort verhalen lang niet altijd hebben. Het zou me bovendien niet verbazen mocht Corinna Harfouch volgende zaterdag voor haar gevoelige vertolking als moeder Gitte door de jury onderscheiden worden.

Als ‘Was bleibt’ op universeel realisme mikt, dan heeft de Portugese competitiefilm ‘Tabu’ de ambitie om via poëzie universele emoties los te weken. Het ding is bijvoorbeeld in zwart/wit gedraaid en begint met een sprookje (of een anekdote, dat is niet helemaal duidelijk) over een ontdekkingsreiziger die in opdracht van het Portugese koningshuis naar het hart van de Afrikaanse jungle trekt. In werkelijkheid hoopt hij er te ontsnappen aan zijn diepe verdriet om het overlijden van zijn dierbare geliefde. Maar hoe ver hij ook reist, haar geest blijft aan hem verschijnen. Dat sprookje blijkt uiteindelijk een film te zijn waarnaar één van de drie vrouwelijke hoofdpersonages uit ‘Tabu’ zit te kijken. De andere twee zijn haar excentrieke oude buurvrouw Aurora en dier huishoudster.

'Tabu': problematische poëzie in zwart/wit

Regisseur Miguel Gomes heeft in elk geval een ongewone film gemaakt, een eigenaardige mix van melancholische romantiek, dromerig surrealisme en absurde humor. Wanneer de droeve ontdekkingsreiziger uit het begin bijvoorbeeld opgegeten wordt door een krokodil hoor je de vertelstem vervolgens zeggen dat er in de regio sindsdien getuigenissen zijn van een droeve krokodil die vergezeld wordt door een jonge vrouw. Jammer genoeg verpakt Gomes het allemaal in een enorm slepend tempo en klinkt iedereen alsof ze onder de slaapmiddelen zitten. Het effect op het publiek laat zich raden.

Familieverhalen

13 / 02 / 2012

Vandaag stond in de dag van de familie, zowel qua thematiek als qua relaties. Het begon met de competitiefilm ‘L’enfant d’en haut’, een Zwitsers-Frans drama van Ursula Meier dat zich nog het best (zij het enigszins oneerbiedig) laat omschrijven als de gebroeders Dardenne op wintervakantie.

Net zoals onze nationale trots vertelt Meier namelijk een sociaalvoelend verhaal terwijl ze haar hoofdpersonage met de camera op de voet volgt. We zien alles door de ogen van een 12-jarige jongen, Simon, die een lucratief handeltje op touw heeft gezet. Hij schuimt een skioord af op zoek naar onbewaakt wintersportmateriaal dat hij vervolgens opblinkt en doorverkoopt. “De mensen daar kan het toch niks schelen,” zegt hij. “Ze kopen gewoon iets nieuws.”

Simon verbergt zijn buit in de Zwitserse film 'L'enfant d'en haut'

De reden waarom een kind als Simon zich daarmee bezig houdt, is dat zijn veel oudere zus Louise geen job kan vasthouden, liever van het ene naar het andere lief fladdert en vaak dagenlang van huis verdwijnt. U kunt al raden waar dat naartoe gaat, al heeft Meier ook nog een verrassing in petto. ‘L’enfant d’en haut’ valt zeker niet uit de toon op deze meer dan behoorlijke Berlinale, ook al omdat hij kan rekenen op een sterke hoofdvertolking van de jonge Kacey Mottet Klein. Maar de film heeft het moeilijk om onder de schaduw van zijn grote Belgische voorbeeld weg te stappen.

‘Jayne Mansfield’s Car’, de enige Amerikaanse productie die in aanmerking komt voor een Gouden Beer, zoekt het dan weer bij spanningen die je in om het even welke familie kan vinden. In een stadje in Alabama anno 1969 vinden we de clan van Robert Duvall, een rijke en gerespecteerde rancher met drie zonen en een dochter. Duvalls humeur is er niet beter op geworden sinds zijn vrouw Naomi 20 jaar geleden van hem scheidde en in Engeland een nieuw leven begon. Maar dan krijgt Duvall plots telefoon: Naomi is overleden en haar Britse echtgenoot (rol van John Hurt) komt met zijn eigen kinderen naar de States om haar in haar geboortestad te begraven.

Het familieportret 'Jayne Mansfield's Car'

Het was grappig om de persvisie van ‘Jayne Mansfield’s Car’ bij te wonen in het gezelschap van de jury omdat regisseur/acteur Billy Bob Thornton een film heeft gemaakt die grotendeels in de lijn ligt van wat voorzitter Mike Leigh graag produceert: tragikomische verhalen over gewone mensen in het gewone leven. Alleen zet Thornton sommige scènes dikker in de verf dan nodig is en zit je op de duur af te turven welke personages nog geen scherpe confrontatie hebben gekregen met elkaar.

De interviews die deze namiddag op het programma stonden, inh het kader van de noir thriller ‘I, Anna’, waren ook familiaal gelinkt. Hoofdactrice Charlotte Rampling en regisseur Barnaby Southcombe zijn namelijk moeder en zoon, voorwaar geen samenwerking die zich vaak voordoet. Ik vind op het eerste gezicht enkel Gena Rowlands en Nick Cassavetes als voorbeeld. Rampling hield alvast vol dat er zeker geen sprake was van nepotisme want ze had de eerste versie van Southcombes script afgewezen omdat ze het niet goed genoeg vond.

'I, Anna': Charlotte Rampling vergeet zichzelf

De versie die ze uiteindelijk samen gedraaid hebben, is dat jammer genoeg ook niet. De acteurs valt niets te verwijten want die doen prima hun job. Rampling speelt een vrouw die verwikkeld raakt in een moordzaak, Gabriel Byrne is de commissaris die de zaak onderzoekt en geïnteresseerd raakt in Rampling. Het idee van de film om een grote openbaring te verbergen achter een andere twist houdt steek. Maar omdat geen van beide wendingen als een verrassing komt, schiet ‘I, Anna’ er bitter weinig mee op.

Nazi’s op de maan en oma op de aftiteling

Het is allemaal goed en wel om een idee te krijgen voor een film maar het medium is helaas zo duur dat veel projecten nog voor de opstartfase sneuvelen. Wie toch wil draaien, moet dus ofwel een financier met diepe zakken vinden of zich van zijn creatiefste kant tonen.

Op de Berlinale lopen dit jaar alvast drie films die het op een slimme manier hebben aangepakt. ‘Iron Sky’ en ‘Ai Weiwei: Never Sorry’ deden een beroep op crowdfunding, ‘Meteora’ op gezond verstand. Het concept van crowdfunding is simpel: je legt je project voor aan het online publiek en geeft hen de kans om in de film te investeren, zoveel als ze zelf willen. Ervan uitgaande dat je project aantrekkelijk genoeg is, kan je op die manier in principe een hoop geld verzamelen. Vele kleintjes maken een groot, weet je wel.

‘Iron Sky’ en ‘Ai Weiwei: Never Sorry’ gooiden in elk geval heel verschillende troeven op tafel om welwillende geldschieters te verleiden. De eerste is namelijk een actiesatire over nazi’s die zich bijna 70 jaar lang verschanst hebben aan de achterkant van de maan en nu hun kans schoon zien om de aarde te heroveren. De laatste is een documentaire over de beruchte Chinese activist/artiest.

'Iron Sky': veel effecten, weinig effect

De Finse makers van ‘Iron Sky’ sleutelden vijf jaar lang aan hun spectaculair ogende project en onder meer vanwege een knappe trailer en een slim ontworpen promotiecampagne (zoek de site maar eens) stroomde er behoorlijk wat geld binnen. De keerzijde van de medaille is echter dat gedurende die vijf jaar een pak grappen hun houdbaarheidsdatum voorbij schoten en het script er sowieso al weinig goeie bevatte. Wat dan nog overblijft, is knap geproduceerde rommel, slechte cinema die niet eens de verdienste heeft om plezierig te zijn. Jammer van al de moeite.

Dan brengt de Amerikaanse regisseur Alison Klayman het er een stuk beter vanaf in haar documentaire, ook al heeft ze moeite om een goeie focus te vinden. Zij vond via de gespecialiseerde crowdfundingsite Kickstarter bijna 800 mensen bereid om in haar film te investeren. “Sommige mensen gaven 5 dollar, andere een pak meer,” vertelt ze. “Maar dat weerspiegelt ook het verscheiden publiek dat Ai Weiwei zelf bereikt. Zowel kunstverzamelaars als bloggende anarchisten zijn in hem geïnteresseerd.”

Ai Weiwei in zijn zonnenbloempitteninstallatie in Tate Modern


Spiros Stathoulopoulos
, de regisseur van de competitiefilm ‘Meteora’, koos voor een andere aanpak. Hij heeft het ongeluk om in Griekenland geboren te zijn en daar zijn momenteel bitter weinig centen voor handen om cinema te maken. Tijdens het draaien zag hij 10 procent van zijn budget in rook opgaan en hij besloot om dan maar de tering naar de nering te zetten. Onder meer door zijn eigen grootmoeder een rol te geven.

De kloof die de geliefden uit 'Meteora' scheidt

Het werd een succesvolle operatie want ‘Meteora’ is een van de sterke films die dit meer dan behoorlijke festival al heeft getoond. Het gaat om de liefdesgeschiedenis tussen een non (niet die grootmoeder, voor alle duidelijkheid) en een monnik, elk gestationeerd in een afgezonderd klooster hoog op een steile bergtop. Uit hun raam zien ze elkaar aan de overkant van de diepe kloof en ze worden verteerd tussen hun liefde en hun kuisheidsgelofte. Een simpel verhaal maar ook zowat de puurste liefdeshistorie die ik de laatste jaren gezien heb.

De mysteries van de selectiecommissie

11 / 02 / 2012

In zowat elke festival kom je een film tegen waarvan je je afvraagt wat die in hemelsnaam in de officiële selectie verloren heeft. Ik heb het hierbij niet over slechte films in het algemeen, want over smaak kan je sowieso moeilijk discussiëren. Nee, het gaat om films die zo weinig in huis hebben en zo weinig ambitie aan de dag leggen dat je ze al vergeet terwijl je ernaar aan het kijken bent.

Films zoals ‘Dictado’ bijvoorbeeld, een Spaanse psychologische thriller over een verliefd koppel, Daniel en Laura, dat zich ontfermt over het dochtertje van een overleden jeugdvriend van Daniel. Enfin, jeugdvriend is een groot woord want sinds de traumatische dood van de zus van die gestorven makker heeft Daniel hem nooit meer gezien. En nu de kleine Julia in hun huis rondloopt, borrelen de onaangename herinneringen terug op, vooral omdat het meisje bizar veel aan de omgekomen zus doet denken.

Daniel en zijn vreemde adoptiedochtertje in de zoutloze psychologische thriller 'Dictado'

Aangezien ‘Dictado’ met twee voeten in een duidelijk afgebakend genre staat, stelselmatig een stukje meer van Daniels verdrongen trauma prijs geeft en met geen enkel idee op de proppen komt dat niet al in honderden clichés werd uitgespit, is van spanning hoegenaamd geen sprake. Regisseur/scenarist Antonio Chavarrìas houdt welgeteld één goed gevonden ‘twist’ in petto die je behoorlijk op het verkeerde ben zet en misschien zelfs de film had kunnen redden. Maar ook die verhaalwending helpt hij met een potsierlijke ontknoping om zeep. Als je weet dat Spanje dit soort thrillers jaarlijks bij het dozijn produceert en doorgaans beter kwaliteit aflevert, heb je er het raden naar hoe ‘Dictado’ op de Berlinale is geraakt.

Vandaag zette het festival die uitschuiver gelukkig recht met een mooie dubbelslag. Het begon vanmorgen al met ‘Cesare deve morire’ (‘Caesar moet sterven’), de terugkeer van het intussen bejaarde broederpaar Paolo en Vittorio Taviani, in de jaren ‘70 en ‘80 bekend van films als ‘Padre padrone’ en ‘Kaos’. Op het eerste gezicht lijkt ‘Cesare deve morire’ elitaire arthouse cinema, een drama dat voor de helft in zwart-wit wordt verteld en het heeft over de opvoering van Shakespeares ‘Julius Caesar’.

Acterende gedetineerden in 'Cesare deve morire'

De Tavianis situeren de plot echter in een sterk beveiligde gevangenis van Rebibbia (bij Rome) en zet een aantal echte zware jongens voor de camera. Zij vertolken gedetineerden die vaak levenslange straffen uitzitten en ter verstrooiing aan een productie van het stuk meewerken. Ze bijten zich echter zo stevig in hun rol vast dat de scheidingslijn tussen realiteit en fictie op den duur vervaagt en de spanningen oplopen. Subtiele, gespierde en emotionele kost.

Dat niveau haalt de Duitse competitiefilm ‘Barbara’ niet maar regisseur Christian Petzold houdt zijn publiek niettemin bijna twee uur in de ban. Zijn fetisjactrice Nina Hoss, die zich in het verleden vooral liet kennen als een mooie vrouw die graag poseert (en daar ook al prijzen voor kreeg), werkt zelfs niet op de zenuwen.

Nina Hoss (rechts) als het in zichzelf gekeerde titelpersonage uit 'Barbara'

Ze speelt een dokter die aan de slag gaat in een klein ziekenhuis op het platteland maar eigenlijk te getalenteerd is om daar te werken. Bovendien speelt er een soort spionageverhaal mee en wordt haar flat geregeld overhoop gehaald door agenten. Petzold, die zelf het scenario schreef, laat in het begin met opzet stukjes informatie weg over waar en wanneer de film zich afspeelt, waardoor het allemaal iets mysterieus heeft. En op het moment dat je snapt wat er aan de hand is, ben je mee met het goed opgebouwde verhaal. Knap gezien.